NL | EN
Uitgeverij  Volwassenen
Het lied van de ram

Het lied van de ram

  • Auteur

    Jan Cremer

  • Illustrator

  • Voorlezer

    Jan Cremer, Theun de Winter

  • Muzikanten

    Rick de Leeuw, Tröckener Kecks,

  • Prijs

    10.95

  • ISBN

    9789079390014

Bestel dit boek

Een luisterboek waarop Jan Cremer leest uit zijn boek Ik Jan Cremer, De Hunnen en De moeder van Claudia en een gesprek van Theun de Winter met Jan Cremer. Dit alles wordt afgewisseld met muziek van ondermeer de Tröckener Kecks en liedjes die speciaal voor Jan Cremer gecomponeerd zijn.

Inhoud
Hallo Kozak! (tekst Rijk de Gooijer, muziek Willy Derby, orkest Cimbalom Janos Kekenj)

“Ik werd geboren”
Hoofdstuk: Iene Miene Mutte, 1, uit Ik Jan Cremer

“Ik ben de jongen van de hoek”
Hoofdstuk: Iene Miene Mutte, p10, uit Ik Jan Cremer

“In naam van”
Hoofdstuk 10: De Varkens, p267, uit De Hunnen, Deel Twee: Bevrijding

“1 heerser 1 god 1 liefde”
Hoofdstuk: De moedervan Claudia, p70, uit Ik Jan Cremer Tweede Boek

“Over de weilanden”
Hoofdstuk 30: Wolf, p1000, uit De Hunnen, deel Drie: Vrede

De Ballade van de boer (Tröckener Kecks, zang Rick de Leeuw, tekst Jan Cremer)

Op ramkoers (Theun de Winter in gesprek met Jan Cremer, 23 februari 2000)

Azért, Hogy én Züllött lettem (Opgedragen aan Jan Cremer en gezongen door de Hongaarse Zigeunerkoningin Margit Bangó met haar Magyar Cigányzenekara)

Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) stamt van vaderszijde uit een familie van hoefsmeden en beroepsmilitairen uit Pruisen en Hessen, zijn moeders familie is afkomstig uit Hongarije. Korte tijd volgde hij een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. Als schilder kreeg hij snel erkenning met zijn peinture barbarisme’, intussen reist hij veel en woont overal.

In 1964 verscheen zijn eerste roman, Ik Jan Cremer. Het boek is een soort autobiografie, een moderne schelmenroman over het woelige leven van Cremer zelf. Al eerder hadden zijn uitspraken de emoties al doen oplopen, maar bij de verschijning van ‘de onverbiddelijke bestseller’ was de rel compleet. In het gereformeerde Nederland van de jaren zestig werd Cremer gezien als een staatsgevaarlijk individu, een slecht voorbeeld voor de jeugd dat dierlijke driften bij zijn publiek losmaakte. Tegelijk werd hij geprezen door beroemde collega’s zoals Willem Frederik Hermans.

Midden in alle hectiek vertrok Cremer naar New York, waar hij de juiste man op het juiste moment was: al snel werd hij opgenomen in de culturele incrowd met alle jonge kunstenaars, popsterren, acteurs en regisseurs van dat moment. De vertaling van zijn eerste boek verscheen en er werden in Hollywood plannen gesmeed het te verfilmen. Intussen richtte hij een poptijdschrift op en werd mede-eigenaar van de bestlopende nachtclub in Manhattan. De verschijning van de Engelse vertaling van zijn boek maakten hem tot een groot succes, dat ook zijn keerzijde kende, en waarover hij veertig jaar na dato Ik Jan Cremer Derde Boek (2008) zou publiceren.

Voor het zover was kwam Ik Jan Cremer Tweede Boek uit (1966), dat eveneens een groot succes was en wereldwijd werd vertaald. Gezien de controverse rond de aan Cremer toegekende Amsterdamse Prozaprijs 1967, bleken de reacties weer ver uiteen te lopen. Vanaf 1970 combineerde zijn werk met zijn reis- en zwerflust. Zes maanden per jaar reisde hij, de andere maanden verdeelde hij zijn tijd tussen schrijven en schilderen. Vele van zijn reizen zijn een reconstructie van de trektocht van de Hunnen onder Attila en de Mongolen onder Djenghis Khan. Cremers fascinatie met dit onderwerp leidde tot de roman De Hunnen (1983).

Van recentere datum zijn onder meer de uitgaven De wilde horizon (reisverhalen, 2003), Verloren gedichten (2004), Brieven 1956-1996 (2005, bezorgd door Hans Sleutelaar), De Cremer Tapes (autobiografie aan de hand van teruggevonden aantekeningen en interviews, 2006). In het voorjaar van 2008 verscheen, 44 jaar na zijn eerste onverbiddelijke bestseller, het nieuwe deel van de autobiografische romancyclus: Ik Jan Cremer Derde Boek. Het is een rauw en openhartig verslag van de keerzijde van het grootste succes dat de Nederlandse literatuur in de jaren zestig heeft gekend.
(Bron: Uitgeverij De Bezige Bij).