Hoofdpersoon Frans Laarmans ruilt zijn kantoorbaan in om zelfstandig een kaasimportfirma op te richten. Maar wat gebeurt er met de twintigduizend kilo kaas in het pakhuis?
Na de dood van zijn moeder wil Frans Laarmans een nieuw leven beginnen. Hij meldt zich ziek en begint een agentschap in Edammer kazen. Alle onderdelen van het nieuwe beroep krijgen zijn volle aandacht, behalve de verkoop. Aan het eind van het verhaal gaat hij maar weer naar zijn oude kantoor, met twintigduizend kilo kaas in het pakhuis.
Niet zonder ingehouden humor laat Elsschot het noodlot op strakke, klassieke wijze zijn werk doen. Zijn programmatische inleiding is zo mogelijk nog klassieker.
Willem Elsschot (1882-1960) is het pseudoniem van Alfons de Ridder. Geboren in Antwerpen als zoon van een bakker doorloopt de kleine Alfons met goed gevolg de lagere school en gaat naar het Athenée Royal. Daar blijkt hij niet goed genoeg mee te kunnen komen, omdat een groot aantal vakken in het Frans gegeven wordt, een taal die hij in tegenstelling tot veel van zijn medeleerlingen niet van huis uit heeft meegekregen.
Dankzij zijn leraar Nederlands Pol de Mont ontwikkelt hij een grote liefde voor de literatuur. Dit kan niet verhinderen dat De Ridder in 1898 zonder diploma van school verwijderd wordt. Toen had hij al wel zijn eerste gedicht geschreven.